|
In soep: peterselie, kervel en dille. In gemengde salades en sladressings: bieslook, peterselie, verse koriander, basilicum, dille, dragon, kervel, tuinkers, citroenmelisse, pimpernel. In gerechten met komkommer en courgettes: bernagie, dille en laurier. In gerechten met bloemkool, broccoli, spruitjes en andere koolsoorten: peterselie, verse koriander en laurier. In alle gerechten en sausen met tomaten: basilicum, peterselie, bieslook, marjolein, oregano en pimpernel. Bij aardappelen: bonenkruid, peterselie, marjolein, tijm en salie. Bij wortelen: peterselie. Bij witloof: lavas, laurier en tijm. Bij aubergines en paprika's: tijm, rozemarijn, marjolein en oregano. In visgerechten: dille, dragon, verse koriander, laurier en salie. In gerechten met kip en gevogelte: dragon, rozemarijn, salie en tijm. In gerechten met gebakken, gebraden of geroosterd vlees: tijm, rozemarijn, lavas, salie en laurier. Bij lamsvlees: munt, rozemarijn en salie. In gerechten met eieren: basilicum, bernagie, dille, tuinkers en bieslook. In pastagerechten: basilicum, marjolein, rozemarijn, tijm en verse oregano.
|